Arenas

Villa Bandoleros ligt net boven het plaatsje Arenas, bovenop de berg die het gebied van Arenas scheidt van de hoge bergen erachter. Arenas ligt op 44 km van Malaga en op 15km afstand van de kust van de Middellandse Zee bij Torre del Mar, op een hoogte van 416m boven zeeniveau. Het huis zelf ligt op ca. 460 m boven zeeniveau. Arenas ligt aan de schilderachtige ‘Mudejar’-route en heeft een bevolkingsaantal van 1400.

Zoals in de hele omgeving, vind je ook hier veel terug van de geschiedenis van de streek. Het belangrijkste is daarvan de strijd tussen de Moren en de Spanjaarden om de Axarquia.

Arenas is gelegen onder de ruines van Kasteel Bentomiz, een Moors fort, dat over een Romeinse versterking werd gebouwd. Het kasteel speelde een rol als schuilplaats en in de verdediging tegen de Spanjaarden tijdens de Moorse bezetting, vooral tijdens een aanval van de Christenen in 1483.

In 1487 sloeg koning Fernando ‘de katholieke’ zijn kamp op bij Arenas, daarom stond de plaats bekend als ‘Arenas del Rey’ (Arenas van de koning). Het kasteel gaf zich over aan Fernando, wat leidde tot de val van Velez-Malaga en de rest van de regio op 27 april 1487, ondanks de inspanningen van El Zagal, de Moorse koning van Granada. Het kasteel speelde ook een rol tijdens de Morisco-opstanden in 1569. Van Kasteel Bentomiz zijn nog torens, muren en ondergrondse kamers overgebleven.

De meest gebruikte route naar Arenas is de A117 vanuit Velez-Malaga, zo’n 10 km richting kust. Deze weg slingert omhoog tot de heuvel van Bentomiz en biedt geweldige uitzichten op zee. Halverwege deze weg begint de gemeente Arenas bij ‘la Venta Palomar’. Daarachter ligt de oude Romeinse weg uit de eerste eeuw na Christus, die Arenas met de kust verbond. Deze weg liep langs de rechteroever van de Rio Seco, een riviertje. Iets verderop ligt een groepje boerderijen waar in vroeger tijden muilezeldrijvers, die rozijnen, zijde en wijnen uit Arenas vervoerden naar Torre del Mar, uitrustten.

De Moorse oorsprong van het dorp zelf blijkt uit de smalle, kronkelige straatjes. Er is een antieke olijfmolen en een muurschildering van de prestigieuze keramist Virgilio Gozalez bij de ingang van het dorp. Het centrum heeft de typische smalle straatjes, plaatsjes en hoeken met bloemen en planten in potten. In die straatjes loop je voor je er erg in hebt tegen een stal onder in een huis aan, waar een muilezel met zijn hoofd naar buiten hangt om naar de voorbijgangers te kijken. Er zijn drie verschillende delen in het stadje. In de ‘Barrio Alto’, oftewel hoge wijk, leven de vakwerklieden, de keramisten en de smeden. Het centrum is het deel waar het rijkere deel van de bevolking leeft, je vindt daar ook het gemeentehuis en een plein met een 12e-eeuwse kerk/moskee van Santa Catalina. Het derde deel is de Barrio Bajo, oftewel de lage wijk, waar het ‘eenvoudige werkvolk’ woont. Waar je ook bent, je ziet de heuvel van Bentomiz altijd liggen. Je kunt de top bereiken per muilezel of te voet. Bij helder weer kun je vanaf de top de kust en bergen van Noord Afrika zien liggen.